Vartago + Vartago

Het project

De Ooidonkdreef vormt de toegangspoort tot het kasteel van Ooidonk, al eeuwenlang beeldbepalend voor deze streek. Het is een 900 meter lange dubbele lindendreef aangelegd op een dam en gekasseid circa 1567 als nieuwe verbinding tussen het kasteel van Ooidonk en de steenweg Gent-Deinze-Tielt. De vraag drong zich op wat er moest gebeuren met de linden in het eerste gedeelte van de dreef (dat fungeert als eigenlijke dorpscentrum van Sint-Maria-Leerne met parochiekerk, pastorie, herberg zogenaamd "De Sterre" en kleine dorpshuizen). Deze waren, na veelvuldig kandelaren, zo goed als einde verhaal. Jaar na jaar stierven er bomen, af en toe brak er eentje. De eens zo mooie dreef zat in het verval en er moest iets gebeuren. Ik heb een onderzoek ingesteld om uit te vissen hoe deze dreef kon vernieuwd worden op zo'n manier dat de bomen hun sleutelrol konden blijven behouden - dit in samenwerking met erfgoed vanwege het bijzondere karakter. Belangrijk hierin was de levenskansen optimaliseren van de nieuwe bomen. In de oude toestand was de vroegere bewortelbare ruimte geslonken tot amper 6-9m³ / boom. Het opzet was om dit te optimaliseren om de levenskansen van de nieuwe bomen zo groot mogelijk te maken. Na ontwerp kwam ik tot 36³/ boom, een unicum voor Vlaanderen. 68 bomen kregen dus een totaal van 2448m³ groeiruimte mee. Een nieuw dreef is ontstaan die het beeld van vroeger moet evenaren of zelfs overstijgen want in de toekomst zal het gekandelaarde beeld niet meer nagestreefd worden maar zullen de bomen vrijelijk kunnen uitgroeien.

Bomen

Hiervoor werd een boxsysteem ontworpen, specifiek op maat van deze site. De constructie werd een skeletstructuur, deels opgetrokken in ter plekke gegoten betonnen elementen waarvan alle wanden ingevuld werden met de sandwich constructiepanelen van HTW (deschacht). Deze panelen zijn voor 95% open, normale doorstroom van water en zuurstof blijft hierdoor behouden. Ook de bodem werd vrijgelaten om het normale gedrag van het grondwater niet te verstoren. Het zijn dus geen aparte boxen per boom maar één lange ondergrondse straat waardoor de natuurlijke processen van grondwater maar ook zuurstof en "communicatie" tussen de bomen mogelijk maakt. De hoge grondwaterstand leidde ertoe dat er extra beluchtingsbuizen geplaatst werden met een ruime Ø160 mm, die verwerkt werden in de palen die de boomspiegelzones afbakenen. De palen werden hiervoor speciaal ontworpen en hebben een soort ingelast stalen gaas. De beluchtingsbuizen zijn langs de onderzijde aangesloten op deze buizen waardoor zuurstof circuleert doorheen de palen. De beluchtingsbuizen zijn zelfs in een soort parallelverbinding, allemaal met mekaar gekoppeld. Er werd een gewone bomengrond gebruikt, omdat dit uiteindelijk de beste ondergrond is voor bomen.